almere centraal
Voor iemand die moeite heeft met sociaal contact zag ik in de afgelopen dagen verdacht veel mensen. Op het feestje van de uitgeverij vroeg een collega-schrijver met dubbele tong, en op een volume alsof de muziek hard stond, of ik het op dit soort avonden niet moeilijk vond om niet te drinken. “De vraag stellen is ’m beantwoorden,” reageerde ik, waarna hij me schaterend op de rug begon te slaan alsof er een nootje vastzat in mijn keel.
Op de kunstbeurs in Antwerpen werd ik omvergeblazen door foto’s van Daisuke Yokota. Er hing een analoge, donkere, nogal onscherpe foto van een bergmassief, waarbij het negatief was bewerkt met vlekken en krassen. Je moet erbij geweest zijn, maar voor iemand die moeite heeft om bij zijn emoties te komen stonden er verdacht veel tranen in mijn ogen.
Op de terugweg stapten we in de Euro City Direct. De conducteur somde via de intercom de city’s op die door de trein werden aangedaan: “Brussel, Antwerpen, Rotterdam, Amsterdam en ten slotte… Almere Centraal.” Welke hoorde er niet bij?
De trein was fonkelnieuw, ik was verbijsterd over de geluiden die het vervoersmiddel maakte. Het was alsof iemand de cirkelzaag in mijn hersenpan zette. Ik dacht aan de dikbetaalde experts die de laatste testrit met het voertuig maakten. Bij het horen van de geluiden moeten ze goedkeurend hebben geknikt: “Klinkt prima. Niks meer aan doen.”
Snel mijn oortjes met noise cancelling in, die the horror niet stopten, wel verzachtten.