niet dus
Ik hoopte dat het zou gebeuren en wachtte af. En wachtte af. En wachtte af.
Toch die twijfel: het gáát toch wel gebeuren? Die zorg met anderen delen, die me geruststelden: natúúrlijk gaat het gebeuren.
‘Het komt goed,’ zeiden ze ook. Een uitspraak waar een voorspelling in besloten ligt, maar die gave hebben de mensen niet. Zeg dan: ‘Ik hóóp dat het goedkomt.’ Dat hoop ik namelijk ook.
Inmiddels denk ik niet meer dat het gaat gebeuren. Ik word één met die realiteit, terwijl de wereld om me heen nog de oude werkelijkheid aanhangt.
‘Natúúrlijk gaat het gebeuren.’ Niet dus.